Kennisbank

  • Taalinhouden voor het jonge kind

    Taalinhouden voor het jonge kind

    Mondelinge taalvaardigheid

    Kinderen ontwikkelen hun taalvaardigheid voor een groot deel in interactie. Via gesprekken met volwassenen en kinderen in hun omgeving. De taalontwikkeling begint thuis en zet zich voort op de kinderopvang, de peuterspeelzaal en op school.
    Leerkrachten organiseren activiteiten die erop gericht zijn dat kinderen goed kunnen deelnemen aan gesprekken. Kinderen moeten op een interactieve manier tot leren komen. Ze leren bijvoorbeeld zelf leervragen stellen en leren luisteren naar de mening van anderen. Kinderen krijgen veel gelegenhied om te praten door de kringgesprekken af te wisslen met tweetalgesprekken of gesprekken in de kleinen kring. Er wordt dagelijks systematisch aan woordenschatuitbreiding van verschillende soorten woorden gewerkt. En er worden activiteiten georganiseerd die gericht zijn op het verwerven van een diepe woordenschat, kinderen leren daarbij de verschillende betekenisaspecten van een woord.

    Beginnende geletterheid

    Kinderen worden vertrouwd gemaakt met verhalen en hun structuur, met boeken en met de taal die in boeken wordt gebruikt. We laten kinderen beseffen waar geschreven taal allemaal voor kan dienen. Er worden activiteiten georganiseerd die gericht zijn op functioneel schrijven en lezen. We laten kinderen ontdekken dat er een overeenstemming is tussen de klanken van een woord en de weergave in letters.

     Taalbeschouwing

    Kinderen worden zich bewust van hun eigen taalgebruik en gaan het taalgebruik van anderen en zichzelf corrigeren.

    Kijk voor meer informatie :
    Taalinhouden voor het jonge kind

  • TOLK: praten, praten en nog eens praten met kinderen!

    TOLK: praten, praten en nog eens praten met kinderen!

    T : Taal aanbieden, taalaanbod is alles wat de volwassene inbrengt om gesprekjes op gang te brengen

    1. Praten over wat er te zien en te horen is in het hier en nu.
    2. Verbazing uitspreken
    3. Aandacht vestigen op iets bijzonders
    4. Herhalen
    5. Tempo vertragen en overdreven intonatie
    6. Aanpassen aan het (taal)niveau van het kind
    7. Overdrijven in mimiek
    8. Iets bedenken om over te praten buiten het hier en nu b.v. een spelletje, een boekje voorlezen, zingen, of iets geks uit de fantasiewereld naar voren halen

    O: Overnemen van de taal in het gesprek en het goede voorbeeld geven, is alles wat de volwassene doet om het kind feedback te geven op zijn eigen taalgebruik

    1. Volgen (zeggen wat het kind niet zegt)
    2. Modelleren  (dat wat het kind zegt op een goede manier herhalen)
    3. Expanderen (herhalen wat het kind zegt en er iets aan toevoegen)
    4. Commentaar geven op wat het kind zegt
    5. Verbreden van het gesprek naar een andere situatie
    6. Herhalen van wat het kind zegt en accentueren op het goede
    7. Vertellen van wat het kind zegt naar het niveau van volwassene (‘je bedoelt’)
    8. Belonen (goed dat je dat weet…)

    L: Luisteren en beurt geven is alles wat de volwassene doet om het kind te motiveren om door te gaan met praten

    1. Vragen stellen
    2. Oogcontact zoeken
    3. Bemoedigen
    4. Samenvatten van wat het kind zegt
    5. Om de beurt luisteren en praten
    6. Laten merken dat je het hebt begrepen
    7. Herhalen van wat je wel hebt begrepen
    8. Iets totaal verkeerds antwoorden zodat het kind aangespoord wordt om het goede te zeggen

    K: Kijken wat het kind doet of wil en dat verwoorden, is alles wat de volwassene doet om de wereld van het kind met taal te ordenen

    1. Verwijzen naar vorm, kleur, afmeting, enz. van dingen in de werkelijkheid
    2. Kijken en vergelijken
    3. Richten van de aandacht op een detail
    4. Samen bekijken van boeken/televisie
    5. Vertellen wat je ziet
    6. Uitleggen hoe het zit
    7. Voorspellen aan de hand van wat je ziet
    8. Met beweging en gebaar voordoen hoe het gaat

    TOLK1

    TOLK2

by Max
Alle rechten voorbehouden - Intensieve Taalklassen Apeldoorn 2019 - Disclaimer - Privacy - Alle voorwaarden